Van de week hadden we in Kunsthal Kade een invasie van jongeren (verplicht vanuit school, dat wel—) die kwamen kijken naar de Expeditie Land art.
Land -art is een stroming in de beeldende kunst, die in de roerige jaren 60 van de vorige eeuw ontstond. Een groep kunstenaars wilde zich losmaken van de traditionele kunst. Ze vluchtten uit hun atelier om de dialoog aan te gaan met de natuur,. Zo ontstond de land art, waarbij wijzigingen klein of groot, worden aangebracht op, of in, een landschap door “kunstzinnig” bedoelde ingrepen.

In ‘onze’ Kunsthal (nou ja, ik ben slechts toezichthouder en aanspreek-punt, maar ik voel het toch ook een beetje als ‘mijn’ kunsthal. ) zijn vele foto’s te zien van zulke ingrepen, want de Spiral Jetty van Robert Smithson uit 1970 bijv. (in een woestijngebied in Amerika) is natuurlijk niet zomaar naar het museum te verplaatsen.

De puberende scholieren kregen daarom uitleg van museum- docenten. Ik kon hen als toezichthouder min of meer observeren en wat ik zag dat roerde me. Ik was bijna vergeten hoe ik zelf een halve eeuw geleden was. De meisjes en ook de jongens zijn bijna allemaal, gebonden aan een soort uniform (zeg het niet tegen ze ) de meisjes hebben allemaal lang haar, ze kauwen eensgezind op hun kauwgom en draaien, om zich een nonchalante houding te geven, met hun vingers staartjes in hun loshangende haar. Ze dragen allemaal jeans en sneakers.

Slechts een meisje , ze was gevuld en droeg een strak spijkerrokje en dito bloesje, was dan ook meteen een opvallende Betty Boop , naast haar tamelijk eenvormige zusters. Als zij een vraag stelde , die niet echt scherpzinnig of intelligent genoemd kon worden, kon ze meteen rekenen op de aandacht van haar mannelijke klasgenoten.

Die overigens bijna allemaal wel drie jaar jonger leken dan de “meisjes” wel stoer, maar minder “volwassen”. Sommige van die jongens met wat dons op hun wangen en bovenlip, met sluik hangend haar of juist eng opgeschoren nekjes, hadden nog iets kinderlijks in hun slungelige voorkomen.
Maar ik zag bij een aantal van hen, hoe mooi ze zullen worden, hoe graag de meisjes die hun nu geen blik waardig keurden- later misschien met hun gezien willen worden.kade kunsthal

Wat hebben ze veel puistjes, jongens zowel als meisjes, valt me nu op. Gek, ik herinner me mijn eigen puberteit als een straf, een veld-oorlog , maar puistjes had ik nooit. Tegelijk miste ik de zelf- verzekerdheid die enkele mooie meisjes uit deze groep gewoon uitstralen
Hoe proberen de jonge mensen uit de groepen die ik zag, zich te onderscheiden? Vaak vooral in het gedrag. Opvallend onverschillig , of opvallend brutaal . En de meiden die werkelijk om van van alles en nog wat giechelen, waardoor hun mascara een beetje uitloopt.

Ook zag ik wel tijdens de rondleiding in de ruimte , waar het een beetje donker is , omdat er filmpjes worden gedraaid , dat er ook verliefdheden circuleerden. Vooral de lange jongens met grote handen en voeten, hebben sjans, meisjes die heel voorzichtig een hand om hun middel legden , jongens, die stiekem hun hand over het haar van zo’n meisje lieten glijden, waarna ze elkaar bijna tersluiks, even aankeken.

Hoe wonderlijk vond ik hen, zo jong nog, zo met alles beginnend. Ontroerend in hun onhandigheid of stoerheid. Zich nauwelijks bewust van ontluikende schoonheid en kracht. Echt halbstarken zoals dat in mijn jeugd genoemd werd. Ik dacht aan hen met weemoed die avond en ook nu weer.
Hoe zal hun leven verlopen (het leven dat nu eenmaal de neiging heeft om als een raket voorbij te zoeven, het leven dat zich soms weinig aantrekt van een perfecte planning) hoe zullen ze over 50 jaar terug kijken op die Land-art middag in het museum. Hoe zal het ze vergaan.
Zullen ze soms gelukkig zijn? Ik hoop het voor ze.